Mini-SCAN, een psychiatrisch diagnostisch instrument voor de praktijk

Algemeen

Met de Schedules for Clinical Assessment in Neuropsychiatry (SCAN), een semi-gestructureerd psychiatrisch diagnostisch interview van de WHO, kunnen de meest voorkomende AsĖI diagnoses worden vastgesteld. Het maakt classificatie met DSM-IV (en in principe ook ICD-10) mogelijk. Dit gebeurt met behulp van een diagnostisch algoritme, dat voor de SCAN gemaakt is. Met de SCAN worden geen persoonlijkheidsstoornissen gemeten. Door zijn omvang is de SCAN echter niet erg geschikt voor dagelijks gebruik.

De mini-SCAN is een verkorte uitvoering van de SCAN 2.1 en is wŤl geschikt voor dagelijks gebruik in de praktijk. De mini-SCAN is gemaakt door het Universitair Centrum Psychiatrie in Groningen (UCP) en is in handzaam zakboekformaat verkrijgbaar bij het UCP.

De mini-SCAN bevat verkort vragen en omschrijvingen voor nagenoeg alle symptomen van As-I stoornissen. De omschrijvingen staan bij de vragen, op de tegenoverliggende pagina. Voor afname met het zakboek bestaan scoreformulieren. Na afname kan de gebruiker de DSM-IV raadplegen en tot een classificatie komen. Het zakboek wordt momenteel toegepast in de eerste lijn en klinische settings en wordt gebruikt voor onderwijs aan o.a. co-assistenten en arts-assistenten.

Automatisering mini-SCAN

Door de mini-SCAN te automatiseren is het praktisch nut sterk vergroot. Interviews kunnen beter gestructureerd worden en de scores worden automatisch herleid tot een DSM-IV classificatie. De belangrijke veranderingen ten opzichte van het zakboek zijn :

  1. Een uitgebreide gestructureerde screening.

Aan het begin van het interview wordt de interviewer gedwongen een aantal domeinen van psychopathologie na te gaan. Op basis van deze screening maakt het programma een keuze van de hoofdstukken die moeten worden afgenomen. Deze worden vervolgens automatisch op het scherm gepresenteerd. Deze screening is optioneel. Zonder screening worden alle domeinen van psychopathologie nagegaan.

 

  1. Automatische differentiaaldiagnose.

Achter de schermen stelt het programma een differentiaaldiagnose op en komt via aanvullende vragen tot de uiteindelijke diagnose. Zo wordt bijvoorbeeld bij aanwezigheid van een huidige depressieve episode gevraagd of er in het verleden een manische, hypomane of gemengde episode is geweest. Op deze manier wordt gegarandeerd dat alle benodigde vragen, waar nodig worden gesteld. Dit vergroot in hoge mate de betrouwbaarheid van de diagnostiek.

 

  1. Betere DSM IV classificatie.

Er zijn enkele vragen toegevoegd, die tot een betere DSM IV classificatie leiden. In het zakboek ontbreken bijvoorbeeld vragen over duur van en onderlinge samenhang tussen symptomen.

 

  1. Automatisering diagnostische algoritmen.

Het hart van de software zijn de diagnostische algoritmen. Na afname wordt met deze algoritmen nagegaan of wordt voldaan aan een classificatie volgens de DSM-IV. Dit gebeurt letterlijk met de druk op een knop. De uitslag verschijnt op het scherm.

 

  1. Automatische verslaglegging.

Er wordt een klinisch bruikbaar verslag gegenereerd door het programma met de diagnose, patiŽntgegevens en een opsomming van gemeten psychopathologie. Zo staat in de output informatie over de cliŽnt, de interviewer, datum afname, de datering van de ziekte-episode en een opsomming van aanwezige symptomen. Ook de symptomen waarover nog twijfel bestaat en het geobserveerde gedrag worden opgesomd onder een speciaal kopje. Als de Mini Mental State wordt afgenomen en de score aanleiding is voor nader onderzoek, wordt dat vermeld.

 

  1. Web based software

De software van de mini-SCAN is web based. Dat betekent dat de mini-SCAN via internet, of het eigen intranet, kan worden afgenomen. De software kan gekoppeld worden aan een EPD.

Schermvoorbeelden van de mini-SCAN staan onder aan deze pagina.

Afname

De primaire bron van informatie is uiteraard de patiŽnt zelf via het psychiatrisch interview. Verder kan informatie worden toegevoegd die is verkregen uit het medisch dossier of hetero-anamnese. De gebruiker moet aangeven welke bron(nen) is of zijn gebruikt.

Op deze wijze is het instrument geschikt voor het doen van gestandaardiseerde diagnostiek.

Doelgroep en toepassing

De doelgroep bestaat uit professionals in de GGZ. Hieronder vallen psychiaters, arts-assistenten, psychologen en (sociaal-psychiatrisch) verpleegkundigen. In het algemeen is de mini-SCAN toe te passen waar As I diagnostiek volgens de DSM-IV gewenst is. Dat kan in een klinische of poliklinische setting zijn, of in bijvoorbeeld privť praktijken.

De invoering van de Diagnose Behandel Combinaties (DBCís) impliceert een enorme toename in de noodzaak tot diagnostiek, ook door disciplines die dit tot nu toe misschien niet altijd gewend waren te doen. De mini-SCAN maakt het mogelijk dat ook zij verantwoord tot een DSM IV classificatie kunnen komen.

Wie de DBC ook opent, de intaker zelf of een ander, de afname van de mini-SCAN garandeert dat geen grote domeinen van de psychopathologie over het hoofd zijn gezien. Tegelijkertijd kan het verslag dat de mini-SCAN genereert goede diensten bewijzen bij de diagnostische bespreking. 

Training

Voor verantwoord gebruik van de mini-SCAN is een training vereist. Tijdens de training zal allereerst worden stilgestaan bij het gebruik en werking van het programma. Veel aandacht gaat naar de concepten van symptomen en classificatie. Centraal staat de techniek van het voldoende maar niet teveel uitvragen van symptomen. De gebruiker (interviewer) bepaalt namelijk de aanwezigheid van symptomen en niet de patiŽnt. Voor een verantwoord gebruik van het instrument is het een vereiste dat de gebruiker in staat is de ernst van de klachten van de patiŽnt te beoordelen. Hieraan wordt veel aandacht gegeven tijdens de training.

Indien een groep gebruikers onvoldoende bekend is met de DSM-IV, dan zal daar in een extra dagdeel aandacht aan worden gegeven.

 Afnameduur

De ervaring is dat de gemiddelde afnameduur rond de 30 minuten ligt. Daarbij wordt uitgegaan van een gemiddelde poliklinische patiŽnt met depressieve en/of angstklachten. Uiteraard is de afnameduur mede afhankelijk van de omvang en aard van de aanwezige pathologie, de ervaring van de interviewer en het gemak waarmee de patiŽnt zich laat interviewen.

 Contact

De inhoudelijke ontwikkeling van de mini-SCAN wordt gecoŲrdineerd door Fokko Nienhuis van het Universitair Centrum Psychiatrie Groningen. Hij was betrokken bij het opstellen van de mini-SCAN en is verantwoordelijk voor het ontwerp en het programma en de diagnostische algoritmen. Hij verzorgt ook de trainingen.

De expertise van de mini-SCAN is door Giant-Soft uit Leeuwarden ondergebracht in een kennissysteem dat afname van de mini-SCAN via internet (web based) mogelijk maakt. De mini-SCAN kan ook vanaf een server in de gebruikersorganisatie of gekoppeld aan een EPD worden gebruikt. Giant-Soft is ook het aanspreekpunt voor abonnementen (licenties) op de geautomatiseerde mini-SCAN en algemene vragen. Voor informatie hierover en de verschillende gebruikswijzen van de mini-SCAN kunt u contact opnemen met Hajť Vreeling van Giant-Soft.

 

Contactgegevens

Fokko Nienhuis

††††††††††††††††††††††

Universitair Centrum Psychiatrie

Hanzeplein 1

Postbus30 001

9700 RB Groningen

Kamer 5.28

Telefoon : 050 3612077

E-mail : f.j.nienhuis@umcg.nl

 

 

Hajť Vreeling†††††††††††††††††††††††† :

 

Giant-Soft

Emmakade 50

8933 AT Leeuwarden

Telefoon 06 45 608081

Telefoon 05 82 151245

E-mail: h.j.vreeling@giant-soft.nl

www.giant-soft.nl

 

 

 

 

 

 

 

 

 



Schermvoorbeelden geautomatiseerde versie mini-SCAN

 

Schermvoorbeeld van de secties die afgenomen kunnen worden.

 

 

 

Schermvoorbeeld van een rapportage van de mini-SCAN

 

 

††††††††††††††††††††††††††††††